Lifecycle Design Strategie

 

Een fantastische tool om optimaal duurzaam te produceren is het “LiDS-wiel” (LiDS staat voor Lifecycle Design Strategy), een aan de TU-Delft ontwikkelde methode die acht invalshoeken belicht die een rol spelen bij duurzaam ontwerp. De acht invalshoeken hebben betrekking op de volgende aspecten van productontwerp:

  1. functie van het product
  2. materiaalkeus
  3. materiaalgebruik
  4. productie(techniek)
  5. distributie
  6. milieubelasting tijdens gebruiksfase
  7. levensduur van het product
  8. mogelijkheden na levensduur

De kerngedachte achter deze methode is dat de keten goed op elkaar moet aansluiten (én profiteren van elkaars kennis). De ontwerper zit bij uitstek in de positie om dit overzicht te hebben en ernaar te beslissen. Vertaald naar grafische producten zou (een eenvoudige versie van) het LiDS-wiel er als volgt uit kunnen zien…

1. Functie van het product
De vraag is of een fysiek boek wel echt nodig is en indien ja, wat de verschijningsvorm moet zijn gebaseerd op de functie; zo kun je een boek dat veel geraadpleegd wordt het best met harde kaft binden. Maar je kunt natuurlijk ook beslissen dat een uitgave op papier uit de tijd is en kiezen voor alleen een digitale uitgave.

2. Materiaalkeus
De materiaalkeus moet een lage impact op het milieu hebben. Alle materialen in een boek (papier, inkten, lijmen en laminaat) zijn van invloed op de ecologische duurzaamheid, en voor alle materialen is een duurzame oplossing:
Papier Belangrijke richtlijnen bij papier zijn de herkomst van de grondstof (hout uit gecontroleerde, duurzaam beheerde bossen of recycled papier of een combinatie van beide), de milieubelasting tijdens de productie en het transport; veel papieren voldoen aantoonbaar aan bepaalde eisen door een certificaat (bijv. FSC). Een aantal fabrikanten biedt de mogelijkheid om een “paper profile” op te stellen dat de milieubelasting helder in kaart brengt. Overigens, er zijn 100% klimaatneutraal geproduceerde papiersoorten leverbaar.
Inkten Hierbij gaat het om de grondstoffen, meestal bevat inkt chemische en/of fossiele toevoegingen, biologische (plantaardige inkten) zijn daarvoor een goed alternatief maar hebben ook nadelen.
Lijmen Er zijn lijmen op waterbasis waarbij de milieubelasting beperkt is en die tijdens de verwerking niet “toxic” zijn (geen verdamping van chemische of anderszins giftige stoffen), koudlijm is wat dit betreft te prefereren boven hot-melt.
Veredeling Een aantal materialen zijn per definitie ongunstig voor het milieu en dus uit den boze, denk daarbij aan metallic inkten en spot uv-lak, deze stoffen staan ook recycling in de weg. Maar er zijn alternatieven zoals biologisch afbreekbare kunststof voor het laminaat en persvernis op waterbasis.

3. Materiaalgebruik
De bedoeling is enerzijds om het gebruikte materiaal te beperken. Een ander punt is om rekening te houden met de vraag of het materiaal na de technische levensduur van het product herbruikbaar is.

4. Productie(techniek)
Dit betekent dat we aan leveranciers in de keten hoge eisen stellen, te denken valt aan:

  • efficient gebruik (of zelfs hergebruik) van (duurzame) energie
  • certificering van productiebedrijven (bijv. iso 14001 voor goed afvalbeheer)
  • milieuviendelijke productietechnieken (bijvoorbeeld waterloos en zonder alcohol drukken met bovendien biologische inkten)
  • een goed sociaal beleid, wordt personeel bijvoorbeeld goed beschermd tegen gevaarlijke stoffen.

Tenslotte is een zorgvuldige aaneenschakeling van de productieketen van belang, al is het alleen maar om op transport te besparen.

5. Distributie
Transport en logistiek levert een belangrijke bijdrage aan de wereldwijde CO2-uitstoot, er valt dus een hoop te winnen als we in het hele proces het transport weten te beperken. De kilometers die desalniettemin gemaakt worden kunnen op enigerlei wijze gecompenseerd worden. Uitermate relevant bij grafische producten is de vraag waar het papier vandaan komt voor het in de drukkerij arriveert. Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk: wij moesten een productie om moverende redenen in Italië laten plaatsvinden. Het gewenste papier moest uit Zweden komen. Na enig zoeken hebben wij voor dat papier een alternatief met een goede milieukeur gevonden dat in Italië wordt geproduceerd en bovendien vergelijkbaar is in prijs. Op die manier hebben we de uitstoot van CO2 tijdens het transport met ongeveer de helft gereduceerd.

6. Milieubelasting tijdens gebruiksfase
Dit punt is bij fysieke uitgeefproducten minder relevant. Voor e-boeken of andere digitale applicaties is het punt wel relevant omdat het energieverbruik van de verschillende apparatuur om applicaties te lezen en de productie van die apparatuur een serieuze ecologische impact heeft. Omdat we het nu over papieren producten hebben kom ik in een volgende column op dit punt terug.

7. Levensduur
Op zich een eenvoudig punt, hoe hoger de kwaliteit van het boek, hoe langer de levensduur. Hier wijken boeken overigens wel erg af van producten die niet “voor de eeuwigheid” gerealiseerd worden zoals tijdschriften en kranten.

8. Mogelijkheden na levensduur
Wat gebeurt er met het boek als het “in de papierbak” verdwijnt? Indien het niet terugkeert in de biologische kringloop moet er gerecycled worden, van belang is dan het kunnen “reinigen” van papier van lijmen, inkten etc. Vele factoren spelen een rol, in ieder geval is het vooral voor producten met een korte levensduur zaak geen materialen te gebruiken die niet meer van het papier te scheiden zijn (zoals metallic inkten en spot-uv lak).